Tot ons grote verdriet is op 5 juli 2012, onze jongste Chow, de net eenjarige Sibrich Serafine van het Bossche Front, ingeslapen. Passend bij haar engelachtige tweede naam misschien wel de allerliefste Chow die we ooit hebben gehad, met haar uitgesproken zachte karakter, vriendelijk, volgzaam en altijd zonnig en opgewekt. Een genot dus in de omgang, maar ook om naar te kijken: ze was een plaat van een Chow. Dat zo’n schat door het noodlot is getroffen, is een zwaar gelag.

Pas op 4 juli werd duidelijk waaraan zij waarschijnlijk leed en de dag erna hadden we daarover zo goed als volledige zekerheid. Het blijkt een zeldzame aandoening, die ook bij mensen voorkomt: het Vogt-Koyanagi-Harada of uveo–dermatologisch syndroom. Waarschijnlijk een auto-immuun probleem. Het ontspoorde afweersysteem richt zich eerst op de ogen en het pigment en tal van andere narigheden kunnen allengs binnen dit ziektekader gaan optreden. VKH patiënten hebben in de loop van hun leven behoefte aan ladingen ontstekingsremmers, die bij langdurig gebruik nare bijwerkingen hebben.
Sibrich was inmiddels blind en moet de afgelopen tijd veel pijn hebben geleden, maar toonde dat niet. Nog veel meer narigheid zou gaan volgen. Zoveel ongemak kun je een hond niet uitleggen. Een leven als invalide wilden we Sibrich besparen, dus we hebben ervoor gekozen haar niet verder te laten lijden.
Het opgroeien van het S-nest in 2011 was een prachtige ervaring, de vreugde om Sibrich te kunnen aanhouden was intens, en we hadden met deze beauty geweldige plannen. Hoe anders is het gelopen.