Ploon van het Bossche Front         25-04-2010 – 14-02-2019

Negen jaar geleden rond deze tijd hadden we twee nesten, de P- en de Q-pups. Het initiatief voor het Q-nest hadden we genomen in de hoop op een crème korthaar teef, om aan te houden. Dat lukte: Quinta Alba was een van de vijf uit het laatste nest van bijna zevenjarige Germke. Krijntje, vier jaar oud op dat moment, had haar tweede nest. Van haar wilden we zeker ook graag eens een kind, maar later. Haar P-pups met Chi Ming Zung Tzung Le, rode korthaar uit Duitsland, zeven maar liefst, waren een week jonger dan de Q’s. 

Toen de P’s in de benen kwamen zag ik dat we een ‘probleem’ hadden. De ultieme incarnatie van je fokdoel moet je nooit verkopen. En in dat beeldschone nest was één pup echt te mooi om te laten gaan: rode korthaar teef  Ploon. Vernoemd naar jachthondenfokker en -keurmeester Ploon de Raad, stimulator in onze Curly Coated Retriever-tijd en degene die me als eerste aanzette tot schrijven over de kynologie.

 

Ik heb nog mijn best gedaan om het puppy aan een bijzonder iemand toe te vertrouwen. Maar om huiselijke redenen kon dat niet doorgaan. Toen zat er niets anders op: ze bleef. Twee pups van dezelfde leeftijd is niet ideaal qua opvoeden en trainen. Maar voor de goede zaak moest het.

 

Obstakel

Voor Ploon en Quinta hoopte ik uiteraard op een ‘carrière’. De clubmatch van de Noorder Kynologen Club in de herfst leek een mooie gelegenheid om de dametjes een eerste ringervaring te bieden. Nou, dat heb ik geweten. De keurmeester was een bekende met wie ik even een praatje maakte, wat voor een hond in de ring normaal rustgevend werkt. Maar toen hij Ploon wilde betasten reageerde ze als door een slang gebeten. No way dat zij zich liet aanraken. Quinta was wat minder ontdaan, maar ook haar eerste optreden kon beter. 

Ik was compleet verrast. In die tijd showde ik Magnus en Oopke Germkes van het Bossche Front, en kort daarvoor hun moeder Germke, alledrie Chows met een ‘Labrador’ karakter: onverstoorbaar in elke omgeving, makkelijk met mens en hond. Ook Ploons moeder Krijntje liet zich probleemloos voorbrengen. Bij haar eerste optreden, zonder enige training, werd ze reserve Best Puppy in show. 

Waar kwam dit vandaan? Voor Ploon wellicht een echo uit een ver verleden: onze stammoeder Warnsborn Shi-Kari uit 1978, acht generaties terug achter Ploon, had aan de ring moeten wennen, al had ze dat eigenlijk best snel onder de knie. 

 

Ringtraining

Gelukkig was ik op de clubmatch meteen onder de mensen die me raad konden geven. Bij wie zou ik terecht zou kunnen om mijn nieuwe uitdaging aan te gaan? Zo kwam ik eind 2010 bij Kynospirit, hondenschool in Sebaldeburen, gespecialiseerd in ringtraining. 

Mijn zoveelste ervaring dat een tegenvaller geen einde hoeft te betekenen, integendeel vaak juist van iets moois het begin is. 

In de sessies bij Gabriëlle Veenstra leerde Ploon, stapje voor stapje, haar vrees voor onbekende handen overwinnen. Meesterlijk was het om te zien hoe Gabriëlle dat opbouwde. Bij Kynospirit is het leidende thema dat de hond op een natuurlijke manier, uit zichzelf, zonder dwang, moet leren stralen in de ring. Waarachtig, dat lukte. Ik heb er ringtraining leren waarderen als een ideale manier van teambuilding met de hond. 

Meteen in 2011 al vergaarde Ploon diverse CAC’s. Toen ze de eerste keer moeder werd, in april 2012, was het compleet gedaan met het getut: het puppybezoek mocht haar kroelen en ze genoot daarvan. Daarna had ze ook in de ring geen aversie meer tegen betasten.

 

Titels

Ploon won de titels Nederlands Jeugdkampioen en Nederlands, Belgisch en Internationaal Kampioen en de dagtitels GroningenWinner’11, VDH Bundessieger'12 en Golden Winner’14 (Luik). Resultaat dat alleen maar mogelijk is na véél ringbezoek. Allengs heeft ze zich dus probleemloos getoond en ging ze het zelfs leuk vinden. Mij heeft het geleerd dat je een jonge hond met geduld aan de ring kan wennen, ook al vindt die showen uit zichzelf niet zo’n geweldig idee. Meteen toegeven aan verzet betekent: geen moeite willen doen om te oefenen en in feite dus zélf niet willen. Waarmee je naar mijn idee de hond tekort doet. Want het overwinnen van belemmeringen en uitdagingen is voor het levensgevoel van een hond net zo belangrijk en bevredigend als voor een mens. 

 

Eigenwijs

Chows zijn ongehoorzaam, dat is bekend. Ploon bleek zelfs de wetten van Mendel te negeren.

Van de pups van een heterozygoot korthaar is normaal gesproken tenminste de helft korthaar. Ploon kreeg in haar eerste twee nesten alleen langhaar. Dat waren wel kleine nesten: twee pups. Bij kleine aantallen kan de verdeling uiteraard anders uitpakken. En het was ook niet zo bijzonder in haar eerst nest, met een Franse rode langhaar. Maar de tweede keer was het opvallend. Ploon en ik waren namelijk ver Zweden in geweest, 1700 kilometer enkele reis, naar een zwarte korthaar reu. Ik hoopte op een zwarte Ploon-dochter. Dat zou moeten kunnen uit zo’n combinatie: in ieder geval een korthaar en zwart. Zwart is dominant, wat betekent vijftig procent kans op zwart, dezelfde kans als op een teef, en van de pups uit twee kortharen zou minimaal driekwart korthaar moeten zijn. Mooi niet: Ploon kwam op de proppen met twee rode langhaar reuen. In de fokkerij gaat onze aandacht uit naar de korthaar. Dus al die moeite, voor langhaar, geen teef en geen zwart, hoe verzon ze het? Omdat ik na twee van die kleine nesten vermoedde dat Ploon als fokteef niet de hond zou zijn waarmee we de wereld versteld zouden laten staan, en omdat ik voorzag dat het qua Ploon-pups misschien wel hierbij zou blijven, besloten we – je moet roeien met de riemen die je hebt – dan maar een van de rode reuen te houden. Dat werd Viking. Van zijn vader had hij in ieder geval frisse genen meegekregen en een knappe en lieve jongen is hij ook. Uit het bijna even oude W-nest bleef ook een langhaar. We dachten toen onze laatste Chows aan te houden en vonden het wel een grappig idee af te sluiten met twee rode langharen, de Chow-uitvoering waar bijna ieder ander in het ras juist mee begint.

 

Verder fokken

Toen verloor de NCCC, in 2013, de helft van de fokkers aan de tweede vereniging en nam de vraag bij de NCCC naar pups gefokt volgens ons nieuwe, strengere fokreglement juist toe. De overgebleven NCCC fokkers moesten proberen aan de vraag te voldoen. Dus alle hens aan dek. Ploon misschien toch nog een keer laten dekken? Ze was wel een perfecte moeder voor haar pups. Dus vooruit maar, niet geschoten is altijd mis. Deze keer togen Ploon en ik eind 2014 naar Denemarken, naar rode langhaar Miketilla Monte Carlo. Dat begon erop te lijken: vijf stuks X-pups, en ja, één korthaar deed Ploon er nu eens bij. Een prachtig nest was het, Ploon bewees zich hiermee als fokteef. Daarom probeerden we het in 2015 nog een keer, deze keer met als vaderhond zwarte korthaar Bagatur Brannik from Realnature. De twee rode kortharige zusters Ysbrantsje en Yfke komen uit die combinatie. Ysbrantsje was te goed om te laten gaan, die hielden we aan, wetend dat dit de laatste kans op een kortharige Ploon-dochter zou zijn. Yfke kregen we na vijf maanden getraumatiseerd terug. 

Ysbrantsje heeft het afstandelijke Chow karakter van haar moeder, dus er was werk aan de winkel bij Kynospirit. Inmiddels is ze Nederlands kampioen, dus dat is goed gekomen. Zus Yfke wordt juist graag aangeraakt en zou qua karakter in haar vaders voetsporen kunnen treden, ware het niet dat haar ongelukkige jeugd een hoge tol heeft geëist. Maar haar hoop ik eens toch ook zover te krijgen dat ze in de ring zal stralen.

 

Trots

Ploon is altijd mijn trots geweest. Zo gaaf, vierkant, stevige bast, brede voorhand, rechte benen, donkerrode vacht en vooral dat kenmerkende hoofd, met een scowl zoals de scowl bedoeld is. Dat hoofd heeft ze van moeder Krijntje en grootmoeder Hinke, evenals van haar vader natuurlijk. Ploon had gelukkig ook perfecte gewrichten: HD-A, ED-0 en PL-vrij. Toen ik, voorafgaand aan de voorbereiding van het NCCC Verenigingsfokreglement, zelf eens met een paar honden ging uitproberen hoe de gezondheidsonderzoeken uitpakken en met Ploon voor het oogonderzoek ging, bleek ze wel entropion te hebben. Had ik zelf nooit waargenomen en ook de keurmeesters niet, want elk keurrapport meldde haar mooie ogen. 

Zo leerde ik dat ECVO onderzoek door een specialist, met apparatuur, absoluut noodzakelijk is om alle entropiongevallen in kaart te brengen. Een leek ziet met eigen ogen niet alles.

 

De eerste keer

Ploon was een hond die alle eerste keren doodeng vond. Zelfs bevallen. De weeën die de twee T-pups moesten uitdrijven werkte ze tegen. Toen de dierenarts thuis kwam kijken en we het vermoeden kregen dat angst voor pijn wel eens de reden kon zijn dat die pups maar niet kwamen, kreeg ze pijnstiller. Na een kort verkwikkend slaapje durfde ze het toen aan met die weeën en binnen een uur had ze twee dochters.

Volgende bevallingen gingen moeiteloos, tot helaas de laatste, waarbij een dode pup gehaald moest worden en de baarmoeder aangetast bleek.

Ze was een fijne hond tussen andere honden in, een voortreffelijke moeder, héél goed in opvoeden van pups, fair en duidelijk. Met haar twee dochters vormde ze een leuk span. Teruggekomen Yfke heeft anderhalf jaar deel uitgemaakt van dit gezin, maar viel uit de gratie bij zus en moeder toen ze begin 2018 zwanger werd. In de ogen van honden doen wij mensen onnatuurlijke dingen door de laagste in rang te laten dekken. Deze onmin was jammer, maar te begrijpen. Daarna bleef Brantsje haar moeders vaste maat, die twee hadden het fijn samen.

 

Schrik

Begin september 2018, aan het eind van een vrijdagmiddag, vertoonde Ploon vreemd gedrag. Ze voelde zich erg onprettig en wist niet waar ze het zoeken moest. Gelukkig kon ik onmiddellijk met haar in de dierenartspraktijk terecht, om haar voor het begin van weekend te laten nakijken. Het team stond al klaar voor het geval het maagtorsie zou zijn. Maar dat was het zeker niet, wist ik al. Het was iets met de maag, dat wel. De nagebleven arts heeft onderzocht wat er op dat moment onderzocht kon worden. Uit bloedonderzoek kwam zware bloedarmoede naar voren. Andere onderzoeken, in de week erna, gaven geen eenduidig beeld. Op röntgenfoto’s was niets te ontwaren, maar in urine en ontlasting bleek bloed te zitten. 

Bij Chows komt maagkanker voor. Dat zou het kunnen zijn, maar een maagzweer kon ook. We kozen voor een nuchtere insteek en wilden Ploon niet belasten met scan, scopie of chirurgie. Openmaken om te kijken wat er in de maag speelt heeft in geval van kanker dan het risico dat je komt te staan voor: ‘niets meer aan te doen, laat nu inslapen’. Dat zou te cru zijn. Jarenlange ervaring met zorgen voor oudere honden heeft ons geleerd dat je niet alles wat kan, ook moet willen. Kwaliteit van leven is leidend, anders dan soms voor een mens, heeft voor een hond rekken van het leven minder zin. 

 

Behandeling

Een behandeling starten voor het geval het een maagzweer zou zijn, daar gingen we voor. 

Ploon kreeg maagontlastend dieetvoer, maagzuurremmer en medicatie tegen misselijkheid en ontsteking. Om de paar weken werd haar bloed nagekeken en de dosering van de medicatie geëvalueerd. Het begon routine te worden dat ze bijna elke nacht overgaf. Eens trof ik daarin wat geklonterd bloed aan. Allengs begon ze er oud en moe uit te zien. In december was er een moment dat een controlebezoek bij de dierenarts eindigde met de conclusie dat binnenkort de afspraak voor het laatste bezoek aan huis wel nodig zou zijn.

Maar thuis gebeurde er een wonder: Ploons neus ging omhoog toen ik met brokjes voor de pups passeerde. Ik gaf haar ervan en ze at met smaak. Nog nooit heb ik meegemaakt dat een dier dat is beland in de ‘speciale hapjes-fase’, meestal de eindronde, terug wil naar gewone brok. Dit leek een soort herrijzenis. Ploon heeft het wonder boven wonder op de puppybrok nog een maand of twee in goede stemming volgehouden. Maar half februari vervielen haar krachten. Op de dag dat kleindochter Ebeltje de cocktail zou krijgen, had ik ook voor Ploon een afspraak gemaakt. Ze leek echter die dag haar oriëntatie te hebben verloren en kwam nog maar moeilijk in de benen. In Winsum werd duidelijk dat ze aan het einde was. Ter plekke hebben we besloten haar nergens meer mee lastig te vallen en haar te laten gaan. Deze keer niet in de eigen omgeving helaas, maar in ieder geval wel vertrouwd, met ons en haar dochter en kleindochter erbij. Voor haar was het vast een bevrijding te mogen gaan.

 

Familie

Veel te vroeg natuurlijk: ze was nog geen negen jaar. Wij hadden er weliswaar naar toe geleefd, maar elk afscheid, zeker het afscheid van zo’n markante hond, doet pijn. 

Ploon was tot onze ontzetting niet de enige uit het P-nest die voortijdig is overleden. Een maand voor haar overleed haar broer Pekka en een week ervoor zus Pirkko, beide aan vergelijkbare klachten (bij Pirkko was maagkanker bewezen) en een maand later is ook broer Pier overleden, na snelverlopend nierfalen. Wat heeft het noodlot dit lieve nest getroffen, het is moeilijk te bevatten. 

 

Dierbaar

Ploon zal hier als een van onze meest markante Chows in ere worden gehouden. We blijven haar beeltenis tegenkomen omdat ze, met haar moeder Krijntje, de omslag siert van het boek De Chow Chow in Nederland. Wat ben ik daar nu dankbaar voor. Verder krijgt dochter Brantsje meer en meer van haar weg, Ploon lijkt wel in haar gereïncarneerd. 

Het was een rijke ervaring Ploon in ons leven te hebben gehad. Prachtige momenten hebben we samen mee mogen maken, thuis met de andere honden, tijdens de training, in de ring, in de werpkist en gelukkig, de herinneringen daaraan blijven.               April 2019